Skip to main content

Machers-Managers-Beheerders & Loopjongens

By 1 oktober 2016september 29th, 2019Archief Column

Door Rob van Dooren

mensen01Iedere gemeente had vroeger wel een ‘MACHER’. Dat was de wethouder met daadkracht die boven alles uitstak. Iemand die de lakens uitdeelde. Veel macht had. De man of vrouw (want die waren er ook) die wist wat goed was voor de gemeente. De Macher zat aan het stuur, bepaalde de koers, maakte de deals en zorgde dat er wat gebeurde. De Macher kon rekenen op de onvoorwaardelijke steun van een meerderheidscoalitie in de Raad. Er was helderheid over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Bovendien was hij/zij gekozen uit- en door diezelfde Raad. Wie doet je wat! Dat was in de tijd van het monistische stelsel.

In 2002 wordt in Nederland het duale stelsel van kracht. Doel van deze stelselwijziging is om bestuur en politiek van elkaar te scheiden. De Raad bepaalt de hoofdlijnen van het beleid en controleert. Het College bestuurt en voert uit. Wethouders worden niet meer automatisch uit de Raad gekozen. Ook een wethouder ‘van buiten’ is nu toegestaan. Hoewel er nog steeds sprake is van een meerderheidscoalitie is de wethouder minder zeker van de onvoorwaardelijke steun van die coalitie. Gelegenheidscoalities per onderwerp zijn niet langer een uitzondering. De Raad is de baas, is het credo. Veel oude Machers haken gefustreerd af of worden weggestuurd. De wethouder als MANAGER doet zijn intrede. Laverend tussen wisselende meerderheden zoekt hij zijn weg in gemeenteland. Steeds vaker op zoek naar wat -haalbaar- is in plaats van wat -nodig is voor de gemeente. De wethouder als Manager zit weliswaar nog steeds aan het stuur maar bepaalt niet langer de eindbestemming.

Vanwege de economische crisis die rond 2006 begint en mede vanwege enorme bezuinigingen van het Rijk op de gemeentefinanciën komen gemeenten in de knel. De schulden stijgen en de inkomsten dalen. De wethouder als BEHEERDER, boekhouder en technocraat grijpt de macht. Het sluitend maken van de begroting wordt prioriteit de rest is ondergeschikt. Wat goed, haalbaar of nodig is voor de gemeente doet er niet toe. Bezuinigen is troef. Volgde voorheen de begroting de politiek vanaf nu volgt de politiek de begroting. Gemeenteraden laten zich als makke schapen meeslepen in deze bezuinigingswoede. Vergeten verkiezingsbeloften en coalitieafspraken. En de kiezer? Die kijkt er met verbazing naar. Meer gemeentelijke lasten, minder dienstverlening en gebroken beloften. De betrouwbare overheid bestaat niet meer. Het enige houvast: Er zijn geen zekerheden meer in politiek en bestuur. Besturen wordt beheren.Bestemming onbekend.

Geen wonder dat na veertien jaar met name vanuit gemeenteraden de roep komt om verandering. Een unaniem raadsprogramma, meer sturing door de Raad en ongebonden onafhankelijke wethouders, wordt vaak als oplossing gezien. Met als risico dat de Raad aan het stuur gaat zitten, de marsroute bepaalt en daarbij zichzelf controleert. Met als bijkomend risico dat wethouders verworden tot LOOPJONGENS (MEISJES) van de Raad.

De vraag is of daarmee de knelpunten in het huidige duale stelsel worden opgelost. Want was het niet de bedoeling dat het bestuur (B&W) bestuurt en de Raad controleert? Afstand dus, tussen politiek en bestuur in plaats van meer sturing door de Raad.

Wat daarvoor nodig is?: Vertrouwen in elkaar en geen gestold wantrouwen waarop de gewenste veranderingen waarschijnlijk zijn gebaseerd. Wethouders als MACHERS die de nieuwe tijdgeest aanvoelen en hun verantwoordelijkheid nemen. Én, een Raad die gepaste afstand weet te bewaren tot het bestuur. Juist ja….Het duale stelsel in optima forma. Zoals het bedoeld was!

Rob van Dooren

Rob van Dooren

Leave a Reply