Reactie van DUS Weert op de conclusies van Rapport Berenschot tijdens de raadsvergadering

AANLEIDING
Aanleiding van het rapport Berenschot: twijfel van de volledige gemeenteraad of de subsidies vanuit de COA-gelden conform regelgeving zijn toegekend. Dit n.a.v een publicatie van dagblad de Limburger.

ROL VAN DE BURGEMEESTER
Projecten
De twijfels over de besteding van de COA-gelden worden in het rapport bevestigd. Uit het rapport blijkt zelfs meer (blz. 19). Zo heeft eenieder kunnen lezen. Het onderzoek laat zien dat de burgemeester niet bevoegd was om de COA-gelden namens het college toe te kennen. Immers de bevoegdheid om subsidies toe te kennen komt toe aan het college. Uit niets blijkt dat de burgemeester mandaat had om deze gelden toe te kennen.
Daarnaast constateren de onderzoekers dat de toekenning van de COA-gelden aan projecten op een slordige en onzorgvuldige wijze is verlopen. Het handelen van de burgemeester staat daarmee op gespannen voet met de gedragscode. Toekenning van gelden moet immers op basis van zorgvuldigheid gebeuren.(Bij zorgvuldigheid draait het om het vergaren van de benodigde kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. De gedragscode (voor 6 april 2017) heeft het over het zodanig handelen dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.).
Bij de toekenning van subsidie moet een aanvraag voldoen aan de criteria gesteld in het subsidiebeleid van de gemeente. Er dient inzicht te zijn in de besteding van de subsidiegelden. Het is DUS Weert niet duidelijk in hoeverre dat inzicht er is geweest. O.i. was er geen controle op de besteding van de subsidie. De bevoegdheid om subsidies toe te kennen komt toe aan het College. De burgemeester is niet gemandateerd, zo stellen de onderzoekers. De burgemeester is niet bevoegd om de toekenningsbrieven alleen te ondertekenen. Het rapport is duidelijk het handelen van de burgemeester past niet binnen de gedragscode en Awb (algemene wet bestuursrecht).

Relatie van Burgemeester Heijmans met HQ
Blijkens het onderzoek heeft HQ in 2018 in een presentatie aangegeven dat het bedrijf sponsor is van de stichting ‘The International Award for Young People’. Opmerkelijk is wel dat burgemeester Heijmans aanwezig is geweest bij de beraadslagingen en besluitvorming (niet actief) toen de herbestemming van het Lichtenberg-terrein aan de orde kwam in het college. Op dat moment waren HQ en de burgemeester in overleg over een verlenging van de sponsorovereenkomst. De burgemeester had dit moeten melden en niet moeten deelnemen. Er is niet gehandeld conform de gedragscode integriteit.

De handelswijze van mevrouw Kadra en de rol van de burgemeester
Op basis van het rapport is er geen sprake van schending van wet- en regelgeving.

ROL VAN HET COLLEGE
Bureau Berenschot constateert dat de besluitvorming in het college onvoldoende is voorbereid, in veel gevallen niet duidelijk is, of überhaupt niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de verslaglegging van de collegevergaderingen niet compleet, zijn brieven formeel niet in orde, dossiers niet compleet en wordt het subsidiebeleid niet (consequent) gevolgd, ook wordt niet alles uit de zogenaamde rondvraag genotuleerd. Daarnaast is er sprake van een onduidelijke financieringsgrondslag. Soms worden er gelden verstrekt zonder dat er een duidelijke aanvraag is ingediend. Ook staat er in het rapport dat niet duidelijk is waarvoor de gelden zijn verstrekt. Er wordt afwisselend gesproken over subsidie, financiële bijdrage of geleverde diensten of goederen. Hoewel de wethouder financiën de portefeuillehouder is voor de taakvelden waaronder de COA-gelden vallen was het in de praktijk zo dat de burgemeester die gelden beheerde. Er is geen formeel besluit wat hieraan ten grondslag ligt. Voor een deel van het college was het duidelijk dat de burgemeester over de COA-gelden ging. Sterker nog uit mailwisseling van ambtenaren blijkt dat de burgemeester als portefeuillehouder van de COA gelden wordt aangesproken. Door het College is nooit bezwaar gemaakt tegen de rol van de burgemeester (zie blz. 29). (Extra noot een van de wethouders is zelf accountant geweest en had moeten weten dat dit niet verliep volgens de uitvoeringsrichtlijnen van de gemeenten).

U begrijpt vast voorzitter dat dit alles ons ernstig zorgen baart. Het rapport geeft immers weer dat binnen het college van B&W veel onduidelijkheid is over de besteding van COA-gelden.
Het rapport maakt duidelijk dat er bij de gemeente Weert sprake is van een informele besluitvorming cultuur. En iedereen, niet alleen de burgemeester, heeft hieraan meegedaan of keek toe. Daarnaast zijn de interne processen bij vastleggen van besluiten en afspraken niet op orde en de dossiers niet compleet.

Hoe, waarom en wanneer is dit kunnen gebeuren of kunnen ontstaan. Dat vraagt DUS Weert zich af. Heeft een van de wethouders hiervoor een verklaring?

DUS Weert vraagt zich daarnaast ook af hoe het bij het verstrekken van andere subsidies eraan toe is gegaan. Er wordt een duidelijk beeld geschetst over onzorgvuldige en zelfs onrechtmatige besluitvorming in het college. Maar dit voor nu terzijde. Dit hoort niet bij de behandeling van dit rapport maar wij zullen op een ander moment hier zeker op terugkomen.

ROL VAN DE GEMEENTERAAD
Het rapport geeft ook aan dat door de raad nooit een expliciet besluit is genomen over de inhoudelijke besteding van de COA-gelden. De raad heeft onvoldoende kaders gesteld. Daardoor ontstond er een situatie waarin niet duidelijk was waaraan gelden besteed werden en vond er ook geen duidelijke terugkoppeling plaats. Voorzitter deze conclusies mag de gemeenteraad zich ook aantrekken. Dat de raad haar kaderstellende en controlerende taak niet altijd evengoed vervult is niet nieuw. In bijna alle rekenkamer rapporten komt dit naar voren. Als het aan DUS Weert ligt wordt het tijd dat wij “de raad” op korte termijn hierop terugkomen.
In de brief van DUS Weert van 30 mei geven wij aan dat nog niet alle informatie voorhanden is. DUS Weert blijft na bestudering van het rapport van mening dat alle informatie die van belang kan zijn in de brede context van het onderzoek ter beschikking van de raad dient te worden gesteld.

BESLUIT
De conclusies in het rapport zijn duidelijk, het handelen van de burgemeester is niet duidelijk en transparant geweest en in strijd met de gedragscode. Zware aantijgingen maar er is meer. Er loopt nog een kort geding, daarnaast is er blijkbaar sprake van een verstoorde relatie tussen de wethouders en de burgemeester. Ook is in de gemeente Weert sprake van informele besluitvorming en is er op bestuursniveau sprake van slordigheid, onzorgvuldigheid van administratieve processen. Tevens heeft de raad haar kaderstellende en controlerende taak niet goed uitgevoerd en is het College ook in gebreke gebleven.
Kortom, het rapport Berenschot legt pijnlijke situaties bloot. Daarnaast moet er nog een uitspraak komen van het kort geding op 8 juni a.s. die uitspraak willen wij graag betrekken bij ons standpunt omdat Waarheidsbevinding en objectieve oordeelsvorming op basis van feiten, recht doet aan alle betrokkenen in een democratisch proces. Het finale oordeel spreekt DUS Weert pas uit als alle stukken beschikbaar zijn gesteld.

Voor DUS Weert is de behandeling van dit rapport het begin en vinden wij dat nog meer zaken tegen het licht moeten worden gehouden. Ik noem ze graag voor u op:

  1. De subsidieverstrekking door het college in zijn algemeenheid.
  2. De vertrouwensbreuk tussen College en Burgemeester.
  3. De kaderstellende en controlerende rol van de Raad.
  4. De interne processen bij vastleggen van besluiten en afspraken en de eigen interne controle door de gemeente Weert.
  5. De rol van de accountant.

Voldoende punten om orde op zaken te stellen door zowel de gemeenteraad alsook het college.