Prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurdersbelangenorganisaties en gemeente

By 15 oktober 2020oktober 19th, 2020Actueel Nieuws

In de commissievergadering Ruimte & Economie van 15 oktober mag de gemeenteraad wensen en/of bedenkingen kenbaar maken ten aanzien van de Prestatieafspraken 2021-2022 met Wonen Limburg, Woningstichting St. Joseph, Stichting Huurdersbelangen Midden-Limburg en de Huurders Adviesgroep.

Waar gaat dit eigenlijk over?
De gemeente kan in haar woonvisie of volkshuisvestingsbeleid thema’s aandragen waarvan zij vindt dat de corporaties daarop dienen te presteren. Daarbij kan de gemeente prioriteiten vaststellen, zowel naar thema als naar wijk/buurt/stadsdeel. De gemeente kan thema’s die tot het gebied van de volkshuisvesting behoren aan de orde stellen.

Wat is het doel?
Het doel is met de corporaties en de huurdersbelangenorganisaties uitvoering te geven aan ons woonbeleid en aan het behoud/verbeteren van de leefbaarheid in onze wijken en dorpen.

Anki Raemaekers van DUS Weert keek kritisch naar het betreffende raadsvoorstel en schreef over de prestatieafspraken de onderstaande analyse.

Een van de meest opvallende constateringen van de woningcorporaties is dat de armoede stijgt en de leefbaarheid in een aantal wijken sterk achteruitgaat. Daar moeten oplossingen voor komen.

Daarbij wordt dan een zwaar beroep gedaan op ‘het samen sterk zijn’ van de burger. Dat komt dan ook meteen tot uiting in de gevraagde huurverhoging van inflatie plus 1%. De huurders wordt dus gevraagd solidair te zijn met de zwakste medehuurders. De huurders betalen al jaren prijsverhogingen in de totale woningmarkt middels afdrachten die de woningcorporaties moeten doen aan het Rijk. Ironisch genoeg om de woningmarkt beter te laten functioneren. Maar feitelijk wordt dat geld gebruikt om de overheidsfinanciën op peil te houden.

Via de inrichting van het huidig belastingstelsel worden kopers bevoorrecht en huurders steeds meer belast. Dat heeft een prijsopdrijvend effect in de huursector en zet met name de sociale huur zwaar onder druk. Waarbij het gevolg is dat de leefbaarheid snel verminderd in wijken met veel sociale huur.

Bijkomende uitdaging is de verzwakte positie van de burger in het algemeen en de werknemer in het bijzonder. Dit is geen natuurlijke ontwikkeling maar het resultaat van bewust politiek beleid dat het bedrijfsleven nadrukkelijk bevoorrecht. En dan met name de grote bedrijven van deze wereld.

Dit resulteert in een nationaal beleid waarbij men de minimumlonen niet wil aanpassen aan de werkelijkheid omdat daar tevens de hoogte van de uitkeringen aan gekoppeld is. Zonder wijzigingen in het belastingstelsel is het zelfs zo dat armoede sterk zal toenemen. Dit komt omdat de bijstand middels een aantal belastingmaatregelen vanaf 2021 tot 2035 ieder jaar gekort wordt onder het motto dat de werklust aangewakkerd moet worden en blijven. Met de opleving Corona zullen weer meer mensen aangewezen zijn op een uitkering en zal de impact voor menige gemeente enorm zijn vanwege ernstige verarming van een deel van de bevolking.

Nu wordt er enorm veel geholpen op het gebied van de stijgende armoede, maar dat resulteert voor de getroffenen niet in een wezenlijke verbetering van hun financiën. Dat is ook een keuze evenals de institutionalisering van schuldhulpverlening. Met andere woorden armoede wordt gewoon aanvaard en krijgt in plaats in de samenleving die met name door de burgers zelf moet worden opgelost. Door samen sterk te zijn en meer belasting te betalen, omdat het overheidsapparaat groeit en groeit.

Ondertussen wekt de nationale overheid de indruk dat men soeverein beleid voert. Toch is op de achtergrond Europa sterk aanwezig en middels Europa decentraal bemoeit het bestuur zich sterk met Provinciaal beleid.

Men wil een steeds sterker Europa en om alles op een lijn te krijgen zal er op economisch gebied sterk afgevlakt moeten worden. Dat betekent een transfer van de rijkere gebieden naar armere regio ´s. Zo denkt men aan Europees minimumloon en het instellen van een fonds om armoede in te dammen. Daar zouden bijv. voedselbanken een beroep op kunnen doen. Met 1,4 miljoen mensen in Nederland die van voedselhulp afhankelijk zijn en 10 miljoen in Europa niet zo´n vreemde gedachte. Alleen de relatief ´rijkere´ burgers in de bekende landen met een grotere welvaart en goede sociale zekerheid betalen daarmee wel een grote prijs.

Kortom zonder de gevolgen van een aankomende recessie volledig te kennen -voorspelling in de doorrekening is een teruggang van 5 jaar- is het duidelijk dat de positie van de burger tegenover het machtig internationaal bedrijfsleven aanzienlijk versterkt moet worden. En dat de groei van de overheid vooral ten dienste van zijn eigen burger moet staan en niet van het bloeiend advies apparaat. Uiteindelijk bepaalt dat grotendeels de draagkracht van de gemeente als geheel.

Er zou dus vanuit de decentrale overheid een veel sterker signaal naar de Rijksoverheid uit moeten gaan om de macht van de burger als geheel te vergroten in plaats van het verder complex maken van regelgeving en opstuwen van marktwerking.