DUS Weert stelde deze maand diverse vragen aan het College van B&W

De raads- en commissieleden van DUS Weert stelden onlangs de volgende vragen aan het college van B&W:

 

* Vragen over: HUISVESTINGSPLANNEN ICT-GROEP OP HQ-TERREIN
De ICT Groep uit Eindhoven is op zoek naar geschikte woonruimte voor het huisvesten van hoogopgeleide kenniswerkers die werkzaam zijn in de regio Eindhoven. Men zoekt ook in de regio Weert en is specifiek geïnteresseerd in huisvesting op het HQ-terrein (Kazernelaan 101).

  1. Is het huisvesten van hoogopgeleide kenniswerkers op het HQ-terrein formeel toegestaan?
  2. Heeft het college over eventuele huisvesting van hoogopgeleide kenniswerkers op het HQ-terrein al een besluit genomen of gaat men hierover binnenkort een besluit nemen?
  3. In hoeverre is de gemeente op de hoogte is van mogelijke huisvesting van werknemers van de ICT-groep op het HQ-terrein?

U leest hieronder de beknopte de beantwoording van deze vragen door het College van B&W.
Huisvesting van hoogopgeleide kenniswerkers is niet toegestaan op het HQ-terrein. Er is door het college van B&W hierover geen besluit genomen en zal binnenkort ook niet worden genomen. Op dit moment en in afwachting van de visie ontwikkeling voor het HQ-terrein is er geen ontwikkeling toegestaan.
Voor de letterlijke beantwoording van de vragen door wethouder van Eijk kunt u luisteren naar het betreffende geluidsfragment (minuut 4:55 t/m minuut 5:35) van agendapunt-7 (Rondvraag) via de link naar de commissievergadering.

 

* Vragen over: ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING GEITENHOUDERIJ GROTESTEEG 8a
In het raadsvoorstel staat op pagina-2 een tabel met emissiewaarden voor ammoniak, fijnstof en geur. Ook in het GGD-advies (dd. 2-10-2018) staat een deze tabel met emissiewaarden voor ammoniak, fijnstof en geur (pagina-3). De waarden in beide tabellen komen niet overeen.

  1. Kunt u uitleggen waarom de waarden in beide tabellen niet overeenkomen/identiek zijn?
  2. In welke tabel staan de correcte emissiewaarden?

In het raadsvoorstel spreekt men op pagina-4 van “een forse afname van ammoniak- en fijn stof emissie ten opzichte van vergunde situatie”. De actuele emissiewaarden voor ammoniak en fijnstof zijn nihil omdat er al vele jaren geen kippen meer in de betreffende stal(len) zitten, terwijl de waarden in de vergunde situatie zijn geschat op 286,1 kg ammoniak/jaar en 2.790 g fijnstof/jaar. In vergelijking met de actuele situatie is er dus juist sprake van een forse toename en niet van een forse afname!

  1. Is het correct dat de emissiewaarden van de huidige situatie betrekking hebben op het houden van kippen maar dat, omdat er al jaren daadwerkelijk geen pluimvee aanwezig is, er conform het bestemmingsplan geen kippen meer mogen worden gehouden?
  2. Als een afname van ammoniak- en fijnstofemissie vanuit gezondheidskundig oogpunt zo een gewenste ontwikkeling is, waarom maakt men dan de vergelijking met de vergunde situatie en niet met de actuele situatie?

In het raadsvoorstel staat: “In 2019 zijn diverse vervolgonderzoeken gestart om oorzaken te vinden van eerdere resultaten. Derhalve is het vanuit gezondheidsoogpunt niet wenselijk de vergunning te verlenen zolang niet duidelijk is wat de oorzaak is van de gezondheidsrisico’s.”

  1. Heeft u enig idee wanneer het uiteindelijk duidelijk zal zijn wat de risico’s voor de volksgezondheid zullen zijn?
  2. Wat gaat het college doen met de vergunningaanvraag nadat definitief bekend is wat de gezondheidsrisico’s zijn?
  3. Wat zullen de totale kosten (proceskosten, schadeloosstelling), agv. te verwachten schadeclaims zijn, indien het college besluit na het bekend worden van de risico’s voor de volksgezondheid alsnog geen vergunning te verlenen?

Op pagina-3 van het GGD-advies staat: “In onderstaande gezondheidskundige beoordeling (gecombineerd milieu en infectieziekten) is de GGD ervan uitgegaan dat de gemeente zelf de milieugegevens zoals aangeleverd voor de vergunningaanvraag door het bedrijf op juistheid heeft gecontroleerd. Bij de beoordeling is enkel rekening gehouden met de wijziging van de inrichting.”

  1. Is de aanname van de GGD correct en heeft de gemeente de aangeleverde milieugegevens daadwerkelijk op juistheid gecontroleerd?
  2. Waarom heeft men de GGD alleen de wijziging (van kippen naar geitenhouderij) laten beoordelen en heeft men niet de wijziging van de bestaande situatie cq. lege stallen naar geitenhouderij laten beoordelen?

 

* Vragen over: BESTEMMINGSPLAN DIESTERBAAN 6
In het raadsvoorstel staat dat de locatie te beschouwen is als een cluster van burgerwoningen, wat conform de toetsingscriteria voor ruimte voor ruimte woningen is. De op het perceel aanwezige recreatiewoning wordt in de aanduiding ‘bijgebouwen’ van de woonbestemming meegenomen en krijgt de aanduiding plattelandsappartement’ zodat de verblijfsrecreatieve functie behouden blijft.

  1. Mag men dan in dit ‘plattelandsappartement’ met een verblijfsrecreatieve functie permanent verblijven cq. wonen?

U leest hieronder de beantwoording van deze vraag door het College van B&W.
In de recreatiewoning werd (illegaal) permanent gewoond. Hierover hebben meerdere malen gesprekken plaats gevonden met betrokkenen. De permanente bewoning is daarna ook gestopt. Maar nu wordt er weer permanent gewoond. In het bestemmingsplan krijgt de recreatiewoning de aanduiding ‘plattelandsappartement’, zodat het verblijfsrecreatief gebruikt mag blijven worden. De regeling is vergelijkbaar met de huidige regeling (recreatiewoning). In de situatie dat ter plaatse een woning aanwezig is, waar het bestemmingsplan in voorziet, is het mogelijk om vergunningsvrij een mantelzorgwoning op te richten. Het gebruik van het ‘plattelandsappartement’ als vergunningsvrije mantelzorgwoning is dan toegelaten. Een indicatie (van een wijkverpleegkundige, huisarts of specialist) is vereist. Dan doet zich geen strijdige situatie meer voor.

 

* Vragen over: VERVOER VERVUILDE GROND KEENT NAAR DEPOT AAN INDUSTRIEHAVEN
In het B&W-besluit DJ-832770 (zaaknummer 27703) over het tijdelijk gronddepot Industriekade in verband met herinrichting Keent 1e fase, kiest men voor een specifieke aan- en afvoerroute van de te transporteren grond.

  1. Waarom kiest u specifiek voor deze route met 4 rotondes, 1 kruispunt met verkeerslicht en 2 maal de passage over het kanaal?
  2. Heen en terug bedraagt de lengte van de voorgestelde route is ongeveer 8 km. Waarom kiest u niet voor een kortere variant met een lengte van ongeveer 5 km (vv), waarbij er maar 2 rotondes en geen stoplichten op de route voorkomen?

 

* Vragen over: DEPENDANCE DE MAASKEI BIJ PHILIPS VAN HORNE SCHOOL
In de Philips van Horne scholengemeenschap wordt een dependance gerealiseerd van de Maaskei. Deze vestiging heeft vertraging opgelopen.

  1. Wat is de planning?
  2. Wanneer wordt de dependance gerealiseerd?

U leest hieronder de beantwoording van deze vragen door het College van B&W.
De verhuizing van VSO de Maaskei van Heel naar een vleugel van de Philips van Horne Scholengemeenschap in Weert, loopt door bouwperikelen vertraging op. De Maaskei geeft voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen. De school is nu gevestigd in Heel, maar komt naar Weert. Het gaat volgens schoolleider Peter van de Laar om zo’n 50 leerlingen. Ze komen in een deel van de Philips van Horne, dat niet meer gebruikt wordt. De gemeente Weert heeft vorig jaar ruim zes ton beschikbaar gesteld voor de verbouwing van dat gedeelte, maar de school moest eerst wachten op toestemming van de minister voor de verhuizing. Nadat dit akkoord was, moesten er bouwtekeningen komen. Op dit moment loopt de aanbestedingsprocedure. “We denken dat we in december het werk kunnen gunnen aan een aannemer en hopen dan dat de verbouwing rond april klaar is. We schatten in dat we kunnen verhuizen tussen de carnavalsvakantie en de meivakantie in”, laat de schoolleider weten. Hij heeft dit ook al aan de ouders laten weten op een informatieavond begin dit schooljaar. “We hadden gehoopt al op 1 januari naar ons nieuwe onderkomen te kunnen gaan. Het blijft spannend of we het gaan halen. Het ligt aan de tijd die de aannemer nodig heeft. Verder is het hele proces goed verlopen.” Het is volgens Van de Laar goed dat de VSO-kinderen worden gehuisvest in een stadse omgeving, naast creatief centrum van PSW en vlakbij de praktijkopleidingen van Het Kwadrant.

 

* Vragen over: BESTEMMINGSPLAN HEGSTRAAT 36 – OELEMARKT 11
In Visie op het Stadshart van 2017 werd de Oelemarkt als horecaconcentratiegebied aangeduid. Door o.a. het versterken van de openbare ruimte en de kansen op doorontwikkeling van de Oelemarkt doormiddel van een mix van dag-, avondhoreca en andere concepten, zou juist de Oelemarkt het uitgaansgebied en horecaplein dienen te worden. De Hegstraat wordt in de Visie op het Stadshart van 2017 juist gekwalificeerd als een aanloopstraat waarbij er door ingrepen in de informele structuur juist kansen liggen voor nieuwe, kleinschalige bebouwing, versterking van de woonfunctie en een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte.

  1. Recent hebben zich diverse nieuwe eetgelegenheden gevestigd op de Oelemarkt en in de toekomst komen er nog meer bij. Is het dan wenselijk om ook aan de achterkant gelijksoortige horeca toe te laten en wijkt u af van de in de Visie op het Stadshart 2017 gekozen strategie van Oelemarkt als horecaconcentratie-gebied?
  2. In de Visie op het Stadshart 2017 kwalificeert men de Hegstraat als een aanloopstraat waar kansen liggen voor nieuwe, kleinschalige bebouwing, versterking van de woonfunctie en een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte. Waarom zet u niet juist specifiek op deze ontwikkeling in?