Skip to main content

Dialoog – taal van de vrede

By 28 augustus 2017september 29th, 2019Archief Column

Door Peter Ramaekers
Met elkaar in dialoog, dat is duidelijk iets anders dan een discussie, dispuut of een debat met elkaar. Want bij een discussie of debat wordt geprobeerd de een te overtuigen van het gelijk van de ander. Daar draait het bijna altijd om bij communicatie in de politiek. Gelijk hebben, de ander daarvan overtuigen, en gelijk krijgen. Zelden ontstaat daarbij begrip voor andermans standpunten en meningen. En er wordt snel geoordeeld over een ander zonder dat er plaats is voor verbinding of verbondenheid, noch voor compassie.

De Harvard filosoof Adam Sandel noemt dit een van de grote uitdagingen van de tijd, waarin het gat tussen bijvoorbeeld rijk en arm groeit. Er zijn steeds minder publieke ruimten waar mensen uit verschillende bevolkingslagen samenkomen. Het voetbalstadion misschien, maar daar claimen de rijken en de bestuurders een aparte entree en een eigen skybox, ver weg van de gewone mens. Ook in de politiek zien we dat gebeuren. Ver weg van de gewone mens. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat dit niet goed is voor de democratie.

De ‘skyboxificatie’ van de samenleving noemt Sandel het. Niet iedereen hoeft gelijk te zijn, maar mensen moeten elkaar wel op gezette tijden kunnen ontmoeten, en leren begrijpen. Alleen dan blijven verschillende lagen van de samenleving met elkaar in gesprek, en kan er effectief beleid worden ontwikkeld met draagvlak. DUSWeert probeert iets soortgelijks te doen in haar tweemaandelijkse dialogen, in een huiskameromgeving…..

Verbinding leggen

Naast verbinding leggen heeft een dialoog nog een ander belangrijk effect: het is de taal van de vrede. Omdat je probeert elkaar beter te begrijpen en verbinding te leggen op basis van overeenkomsten is het een open en vriendelijke vorm van communiceren. Ook al levert een dialoog vaak geen definitieve conclusies of oplossingen, het thema wordt wel van alle kanten bekeken waardoor begrip van vaak complexe zaken groeit bij iedereen die er aan deelneemt. En de deelnemers aan de dialoog krijgen meer begrip voor elkaar’s standpunten. In die zin is een dialoog een Socratisch gesprek. Oordelen wordt uitgesteld omdat je eigen standpunten even niet voorop staan. Polarisatie wordt zo voorkomen.

Bij een dialoog focus je op de ander, je gesprekspartner. En doordat je alleen maar luistert zonder te oordelen ontstaat er een mentale toestand van ‘innerlijke vrede’. Het wordt letterlijk stiller in je hoofd, het interne commentaar waarin je vaak over de ander oordeelt, en je eigen stokpaardjes blijft gebruiken blijft achterwege.

Open stellen

Het mooie van een dialoog is dat je het kunt leren. Je kunt leren om je voor de ander open te stellen, en zelf stil te zijn! Er ontstaat zo ruimte om de meningen maar vooral ook de emoties en gevoelens van de ander te verkennen, zonder dat je jezelf op de voorgrond stelt. Je oordeelt niet, je accepteert alles zoals je het waarneemt. Je bouwt daardoor geen weerstand op, en hebt maximale energie ter beschikking om te handelen. Je bent ‘als een onschuldig kind’, dat nog niet is geconditioneerd, en dat innerlijke vrede gekoppeld aan een mateloze nieuwsgierigheid als natuurlijke denktoestand heeft.
David van Reybrouck stelt in zijn recent verschenen boek ‘Vrede kun je leren’ dat vrede een vak is dat je vanuit stilte in jezelf, bijvoorbeeld tijdens een dialoog, kunt leren. David Bohm en Gregory Kramer hebben de principes van een dialoog uiteengezet:
Het gaat om verbindende communicatie in plaats van discussie:

  1. persoonlijke ontmoeting – een soort pauze in een drukke dag
  2. ontspannen en aandachtig aanwezig zijn
  3. open voor verschil in betekenis en standpunt en het vinden van gemeenschappelijkheid
  4. spreken vanuit de eigen ervaring – niet theoretiserend of een standpunt innemend
  5. vanuit de eigen stilte actief en betrokken luisterend.

Het aardige van deze principes is dat het geen harde regels zijn. Dialoog is een zelf-organiserend proces; het gebeurt in hoge mate vanzelf.
Wel is het van belang dat er vooraf enkele spelregels worden besproken:

  • Er is geen agenda en geen leiding, hoogstens een gespreksonderwerp
  • Iedereen is vrij om het woord te nemen
  • De mening en inbreng van ieder wordt gerespecteerd
  • Wie wil gaan, gaat; wie komt, komt

Het leeraspect bij een dialoog is zonder twijfel:

  • vrijuit durven spreken
  • de ander spreekruimte geven, en ‘je eigen tong inslikken’
  • elkaar durven en willen bevragen

“In a dialogue … nobody is trying to win … There is a different sort of spirit to it.
In a dialogue, there is no attempt to gain points, or to make your particular view prevail.
Rather, whenever any mistake is discovered on the part of anybody, everybody gains”

(David Bohm, 1986)