Skip to main content
Archief Column

Betrokkenheid – een grote uitdaging in de democratie

By 7 september 2015september 29th, 2019No Comments

door Peter Ramaekers

In de huidige politieke verhoudingen is een trend waar te nemen om besluitvorming en uitvoerende verantwoordelijkheid voor gemeenschapsacties vanuit landelijke politiek te delegeren en zo laag mogelijk neer te leggen in de samenleving. Daarbij passen dan mooie woorden als taakoverheveling, decentralisatie, ‘doe-democratie’, democratie op lokaal niveau en burgerparticipatie. In de praktijk valt dat echter niet mee. Er zijn mijns inziens drie belangrijke onderliggende uitdagingen: betrokkenheid en saamhorigheid verkrijgen, verantwoordelijkheid delen en voldoende middelen toewijzen. Ik zal ze hier kort de revue laten passeren:

Allereerst betrokkenheid verkrijgen. Waarom is het vaak moeilijk om mensen in een gemeenschap zoals een wijk of een dorp mee te krijgen in een initiatief dat vanuit die gemeenschap wordt opgestart? Hoe krijg je niet alleen kartrekkers voor projecten en wijkacties, maar ook mensen die enthousiast blijven meedoen en initiatief nemen? Hoe zorg je er voor dat niet alleen betrokken en mondige burgers meedoen? Hoe krijg je draagvlak?

Wezenlijk is denk ik dat je een gevoel van verbondenheid en saamhorigheid creëert, waar je een beroep op kunt doen. In een eerdere column heb ik al beweerd dat de kracht van de verbinding tussen mensen zelforganisatie laat ontstaan, met horizontale samenwerking als gevolg.

Wanneer mensen hun gevoel van saamhorigheid (in een wijk bijvoorbeeld) niet langer voelen, begint ieder zich te zien als de vertegenwoordiger van iets algemeens. Dan praten we over abstracties, die er niet echt zijn dus, en gebruiken we onterechte generalisaties. Abstracties is iets waar de landelijke politiek graag mee werkt, bijv. veiligheid op straat, kosten in de zorg, de rechtsstaat, vrijheid van meningsuiting, enz. Abstracties maken het weliswaar mogelijk om boven de alledaagse werkelijkheid uit te stijgen, maar zijn vaak niet geschikt om beslissingen op te baseren. Immers voor het nemen van goede beslissingen moet je, om het plastisch te zeggen, met beide voeten in de modder staan, of om een metafoor uit het dierenrijk te gebruiken, ‘oog-in-oog met de tijger’ staan. Praten en debatteren over abstracties en abstract beleid maakt veel mensen machteloos, vooral wanneer er onterecht wordt gegeneraliseerd, en laat hen het geloof in de politiek verliezen, met verlies van verbondenheid als direct gevolg. En wanneer zo’n gevoel van verlies aan de orde is, dragen we dat mee in onze ontmoetingen met anderen. Dat werkt vervlakkend in relaties en zorgt er voor dat gezamenlijke initiatieven verwateren. Ook maakt het de weg vrij voor ondoordacht schreeuwen en polariserend denken (wij en zij). Een lokale gemeenschap kan niet zonder een gevoel van verbondenheid, dat op zijn beurt weer identificatie met een gezamenlijk doel of project mogelijk maakt.

‘Jip-en Janneke taal’ dan maar? Tot op zekere hoogte, je kunt abstract taalgebruik vooral verhelderen met voorbeelden en verhalen. In de politieke kaasstolp gebeurt dat waarschijnlijk veel te weinig, zeker als je een voorzitter hebt die niet doorvraagt en die de discussie niet leidt.

Het gemis van een gevoel aan verbondenheid is de onderliggende oorzaak van het moeilijk kunnen mobiliseren van de ‘mens op straat’, de middenmoot, de zwijgende meerderheid. De burger voelt het gemis aan verbondenheid en wendt zich tevergeefs tot de politiek, die geen goed antwoord heeft op de vele maatschappelijke uitdagingen. De bal wordt naar de burger teruggespeeld (“waar is jouw bijdrage?” “ Hoe kan ik jou er bij betrekken?” “ waar zorg jij dan voor?” “ Je moet wel mee betalen, hoor!”), en deze voelt zich in al het gekrakeel niet gehoord en trekt zich terug, al of niet geintimideerd door de opgeklopte polarisatie in de media. Het gaat er hier om de zwijgende meerderheid een stem te geven, een krachtige stem, weerbaar te maken tegen intimidatie door radicalen, en onverstoorbaar voor het theatrale ondergangsgejammer in sommige media. Maar dat lukt alleen wanneer je oog krijgt voor de gevoelens van vervreemding om je heen, wanneer je afleert om anderen te zien als vertegenwoordigers van een belangengroep (alsof het rondlopende etiketten zijn). Vervreemding dus weer omzetten in verbondenheid. Zoiets is alleen lokaal te organiseren. Daar zijn ook nieuwe aanpakken voor nodig, bijv. het vragen naar verhalen die bij mensen leven, zoals het Weerter initiatief hartvoorburgers.nl laat zien.

Dan verantwoordelijkheid delen en middelen verkrijgen. Ligt het mandaat voor het maken van wijkbeleid uitsluitend bij de ambtenarij en de gemeentepolitiek? Betrokken burgers willen niet alleen ‘buiten de lijntjes kleuren’ , ze willen de tekening zelf maken. Bij het meedragen van verantwoordelijkheid hoort ook de mogelijkheid om zeggenschap over middelen te verwerven, en die te besteden naar eigen inzicht. Voor wat hoort wat! En naarmate meer taken van rijk naar gemeente worden overgeheveld, neemt de behoefte aan lokaal maatwerk toe. Wat is het fundament van democratisch besturen op lokaal niveau? Mijns inziens een directe, duidelijk zichtbare band tussen beoordelen, bepalen en betalen.

Lokaal en regionaal is dat allemaal te organiseren, zij het soms met vallen en opstaan in een experimenteel kader. Maar als je over landoverstijgende kwesties spreekt, dan komt weer snel de machteloosheid op (en een gevoel van vervreemding). Klimaatverandering, milieuvervuiling, misbruik van geneesmiddelen, initiatieven zoals TTIP, REPIT, CETA (en alle andere verdragen die we door onze strot geduwd krijgen terwijl de gevolgen onduidelijk of vaak zeer ongunstig zijn). Daar faalt het democratische systeem vooral, en komt er geen dialoog tot stand, omdat de bestuurders niet luisteren (ik denk dat de Haagse kasstolp aan het veranderen is in de Brusselse kaasstolp), of bang zijn om te luisteren. Deze zaken zijn mogelijk alleen aan te pakken als je het eerst lokaal organiseert. Maar dan moet je in een aantal gevallen uit het systeem stappen (“ wij doen hieraan niet mee!”), of het doen zoals Podemos in Spanje ….

Dr. Peter Ramaekers is coach, filosoof en auteur. Hij is initiatiefnemer van een locale energiecoöperatie in Weert, een plaatselijk Repair Café, en van verschillende wijkacties. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

Reacties naar ramae015(at)planet.nl